• Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten

    De Successiewet en Wet op de Inkomstenbelasting kennen zeer voordelige bepalingen voor ondernemingsvermogen, de zogenaamde bedrijfsopvolgingsfaciliteiten, hierna ook te noemen: BOF.

    Als aan de daarvoor geldende voorwaarden wordt voldaan, kan inkomstenbelasting worden bespaard (doorschuiving) en schenk- of erfbelasting worden voorkomen (voorwaardelijke vrijstelling).

    In de successiewet is namelijk een hoge vrijstelling opgenomen voor de verkrijging van ondernemingsvermogen (€ 1.071.987,- jaar 2018). Is de verkrijging groter dan de vrijstelling dan geldt voor het meerdere een extra vrijstelling van 83%!

    Het samenstel van de omvang en kwalificatie van het ondernemingsvermogen, de structuur van de onderneming, het huwelijksvermogensrecht en de mogelijkheden van het testamenten zijn bepalend voor de werking van de BOF.

    Van zeer groot belang dus om in uw situatie te beoordelen of optimaal gebruik kan worden gemaakt van de BOF!

    Aan de BOF worden diverse voorwaarden gesteld, te weten:

    • aan de onderneming en het ondernemingsvermogen;
    • aan de eigenaar van de onderneming (bezitseis); en
    • aan de verkrijger van de onderneming (de voortzettingseis).

    Ondernemingsvermogen kan bijvoorbeeld bestaan uit vermogen van een eenmanszaak, het aandeel in een personenvennootschap maar ook (certificaten van) aandelen in een besloten vennootschap (het zogenaamde aanmerkelijk belang).

    Beleggingsvermogen van een onderneming is uitgezonderd van de faciliteiten.

    Alleen verhuur van onroerend goed wordt tot nu toe nog niet gezien als het voeren van onderneming.

    In bijzondere gevallen kan verhuur wel gelden als ondernemingsactiviteit, bijvoorbeeld als verhuurd wordt aan (een onderneming van) de voortzetter en aan bijzondere voorwaarden wordt voldaan.

    Mogelijke valkuilen die optimale benutting van de BOF kunnen belemmeren:

    • een finaal verrekenbeding bij overlijden ook voor ondernemingsvermogen;
    • een structuur met preferente aandelen;
    • bedrijfsoverdracht tijdens leven, waarbij het pand of een vordering achterblijft bij de overdrager;
    • een niet-flexibel testament met een 1/100 erfdeel voor de langstlevende;
    • een legaat tegen inbreng van de waarde aan de bedrijfsopvolger;
    • het ontstaan van onderbedelingsvorderingen bij kinderen op grond van het ondernemingsvermogen;
    • een aanbiedingsplicht voor aandelen in statuten of een aandeelhoudersovereenkomst;
    • overnemingsbedingen in personenvennootschappen zonder maatwerk testament.

    In de inkomstenbelasting gelden soortgelijke voorwaarden. Voor ondernemingsvermogen kan een beroep op worden gedaan op het doorschuiven van de belastingclaim. Hierdoor heeft het schenken of erven geen directe heffing van inkomstenbelasting tot gevolg.

    Over beleggingsvermogen is echter wel heffing van inkomstenbelasting aan de orde. Is er een bijvoorbeeld een besloten vennootschap met zowel ondernemings- als beleggingsvermogen en is het de wens om tijdens leven de onderneming over te dragen aan de voortzetter, dan kan worden gekozen om de vennootschap te splitsen en daarna over te gaan tot schenken.

    Voor het schenken van de onderneming moet de voortzetter al gedurende minimaal 3 jaar in de onderneming werkzaam zijn geweest (dienstbetrekkingseis) om doorschuiving mogelijk te maken.

    In sommige gevallen biedt de inkomstenbelasting een dividendfaciliteit om de afrekening in de inkomstenbelasting voordelig uit de besloten vennootschap te kunnen halen.

    Een goed advies over de toepassing van de BOF kan u 40% belasting besparen!